Adderwortel

Polygonum bistorta

De adderwortel komen we in het wild niet vaak tegen. Hij heeft een voorkeur voor koele, vochtige plaatsen. In de ons omringende landen vind je hem wel op hoger gelegen plaatsen, langs bergmeren en op vochtige bergweiden. In ons land zien we hem vaker in tuinen en plantsoenen, niet alleen de wilde variant, maar ook gekweekte variëteiten met bloemen in allerlei kleuren. Het is een plant die veel blad vormt en de bodem goed bedekt houdt. Hij bloeit vanaf het vroege voorjaar met fraaie zachtroze bloemaartjes.

De plant dankt zijn naam aan de wortel: die is dik en kronkelig als een slang. De latijnse naam bistorta heeft ook deze betekenis: de wortel is twee maal (bis) gedraaid (torsie). De wortel is wit in doorsnede, maar vertoont een lichte tekening in dezelfde roze kleur als de bloemen. In de winter verdwijnen de bovengrondse delen van de plant en blijven de wortels in de grond in leven. De wortel is niet alleen rijk aan zetmeel, de energievoorraad voor de plant, waarmee hij de winter overleeft, maar ook aan looistoffen. Dit zijn stoffen die sterk samentrekkend werken, waardoor cellen uitdrogen en eiwitten neerslaan. Looistofrijke planten werken bloedstelpend, en kunnen worden ingezet bij diarree of slijmvliesaandoeningen. Adderwortel wordt zowel inwendig als uitwendig gebruikt.
Inwendig maakt men een soort pap van de geraspte wortel, die in lauw water wordt geweekt. Koken is geen goed idee, omdat het zetmeel dan gaat binden en de looistoffen neerslaan. Toch is het juist het zetmeel, dat enige bescherming biedt tegen een te heftig looiend effect. Daardoor is adderwortel redelijk mild en goed te verdragen. Ook uitwendig werkt het goed bij wonden, zweren, aambeien en spataderen: het trekt de wondranden samen en helpt uitgelubberde vaten weer in model te komen.

Adderwortel is iets roze van binnen

Polygonum bistorta