14 september 2016: hitte

Een hittegolf in september, dat hadden we nog niet meegemaakt.
In de kruidentuin maakt het voor de meeste planten niet zo veel meer uit. De goudsbloemen, het Sint-Janskruid, de rode zonnehoed en het zeepkruid zijn allemaal zo’n beetje uitgebloeid en bezig zaad te maken. Door het warme weer gaat het rijpen van de zaden gewoon een beetje sneller.
Er zijn ook planten, die niet van zomerhitte houden. Arnica bijvoorbeeld, maar ook vrouwenmantel. Op de schrale zandgrond in mijn tuin krijgen ze al gauw slappe bladeren. Gelukkig zijn de dagen niet meer zo lang, en de nachten lekker koel. Dus dat komt wel goed.
Er zijn zelfs planten, die erg goed reageren op deze onverwachte eindsprint van de zomer. De wollige munt en de smeerwortel worden normaal gesproken aan het einde van de zomer erg aangetast door meeldauw, een schimmel. Dat was dit jaar ook al gebeurd, maar door de veranderde omstandigheden is de meeldauw weer verdwenen en zijn de planten aan een soort tweede jeugd begonnen. De wollige munt staat er zo fris en vrolijk bij, dat ik deze week nog een keer muntsiroop kan maken. Dat is een meevallertje.
Ik ben wel benieuwd hoe de smeerwortel zich verder zal ontwikkelen. Op dit moment maakt hij nog nieuwe bladeren en zelfs bloemen, terwijl het nu toch snel herfst zal worden. Ik kan de smeerwortel pas oogsten als de bovengrondse delen van de plant afsterven. Dat kan op deze manier nog wel even duren, en dat terwijl de smeerwortelzalf bijna op is!
Verder staat de productie op dit moment op een laag pitje. Er staat nog Sint-Jansolie te trekken in de volle zon. Eigenlijk was die al klaar, maar een extra weekje krachtige zon wil ik er best nog bij in stoppen. Daar wordt de Sint-Jansolie, die je kunt zien als vloeibare zonne-energie, alleen maar beter van.

Delen:Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInShare on Google+Email this to someone