16 juni 2017: zomer

Wat is de zomer weelderig! Ondanks de droogte, die gelukkig heel af en toe wordt verbroken door een dagje regen. Deze week stond het onkruid in de kruidentuin ineens kniehoog. Hoog tijd voor een grondige schoonmaakbeurt: op de knieën om tussen de planten door het onkruid uit te trekken (tussenstand na 3/4 van de tuin: vier volle kruiwagens afgevoerd naar de compostplaats) en vervolgens tussen de rijen schoffelen.
De grond blijkt toch wel erg droog te zijn nu, dus ik zal na het wieden weer moeten beregenen. Je merkt ook aan de planten, dat ze te lijden hebben onder de droogte: er is veel zwarte bladluis. Bij uitstek een plaag die optreedt bij planten, die last hebben van droogte-stress. Gelukkig wemelt het inmiddels ook van de lieveheersbeestjes, die zich voeden met zwarte luis, dus dat komt wel weer goed.
De goudsbloemen, waarvan ik maar liefst vier bedden vol gezaaid heb, waren nog niet eerder aan de beurt gekomen met wieden en dat was te zien! Of eigenlijk moet ik zeggen: ze waren vrijwel niet meer te zien! Het onkruid, vooral de melde, stond er dik en hoog boven. Vooral het bed, dat het laatst gezaaid is en waar de goudsbloemplantjes dus nog klein zijn, ging bijna verloren. Best een prestatie, goudsbloem verloren laten gaan; het is de gemakkelijkste plant in de kruidentuin – kan niet mislukken. Nu is dat toch bijna gelukt; ik was er nog net op tijd bij. De plantjes die onder de vracht onkruid vandaan gekomen zijn, zijn iel en vervormd, en er zit natuurlijk zwarte luis in. Maar nu krijgen ze weer lucht en licht, en vanavond ook water. Dan komt het vast wel weer goed met ze. De onkruiden heb ik bovendien kunnen uittrekken voordat ze weer zaad vormen, een belangrijk punt!

Water geven doe ik uitsluitend ‘s avonds. Midden op de dag sproeien heeft weinig zin, zeker als de zon schijnt. Het grootste deel van het water verdampt dan, lang voordat het de wortels van de planten heeft bereikt. Sproeien in de avonduren heeft het voordeel, dat het water de hele nacht de tijd heeft om in de uitgedroogde grond door te dringen tot bij de wortels van de planten. Vervolgens hebben de planten de hele nacht de tijd om zich vol te zuigen. Het valt trouwens wel op, dat de plekken waar ik de afgelopen maand het meest intensief beregend heb, nu nog de beste grond hebben. Het hemelwater is niet genoeg geweest om de bodem levend te houden. Het lijkt soms wel woestijnzand… Als ik een uurtje op mijn knieën heb zitten onkruid-trekken en -uitschudden, zit ik van top tot teen onder het stof.

Veel planten beginnen te bloeien, en de tuin wordt steeds mooier. Ik heb de eerste lavendelbloemetjes geplukt om te drogen. Lavendel is een plant, die het meest geurig is net voordat de bloemetjes open gaan. Vandaar dat je altijd lavendelknopjes in de handel tegenkomt, nooit de open bloemen. Ook de boerenjasmijn bloeit, en ook daarvan heb ik de bloempjes geplukt en gedroogd. Het is een feest van geur in de droogkast! De echinacea staat op springen, boordevol bloemknoppen. Tijm, salie en arnica zijn vrijwel uitgebloeid. En als het om geurige bloemen gaat: de linde bloeit ook. In elk geval in de stad. Je ruikt het meteen: de zoete, onmiskenbare geur van bloeiende lindebomen. Helaas laat mijn eigen linde het een beetje afweten. Vorig jaar ging de boom bijna schuil achter de bloesems en de gonzende bijen. Dit jaar zit er maar her en der een bloesempje in. Kennelijk kennen lindebomen ook beurtjaren, net als peren en sommige appels. Wel erg jammer voor onze bijtjes. Gelukkig heb ik in de kruidentuin ook een paar rijen phacelia gezaaid, om de lege plekken te vullen. Dat is ook een goede bijenplant en hij begint nu ook te bloeien.

Delen:Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInShare on Google+Email this to someone