2 juni 2017: arnica scheuren (deel 2)

Het is pas begin juni en nu al zo heet en droog. Ondanks de regen vorige week, zijn de sproeiers al weer nodig. Planten die niet diep wortelen, zoals de arnica, hebben het nodig. En, o, wat bloeit de arnica mooi! Weliswaar zijn er planten verloren gegaan deze winter – zelfs nu nog zie ik er af en toe eentje verdorren – , maar daar staat tegenover dat de planten die het goed doen, erg veel bloemen voortbrengen. Arnica groeit in een wortelrozet van bladeren. Uit het hart van dit rozet groeien begin mei de bloemstelen. Boven op zo’n steel komt dan een goudgele bloem, meestal gevolgd door nog enkele bloemen aan vertakkingen van de bloemsteel. Bij sommige planten groeien er wel tien bloemen aan een bloemsteel! Het helpt vast, dat ik de bloemen elke dag pluk. De planten krijgen geen kans om zaad te vormen, zodat ze gestimuleerd worden om alle bloemknoppen, die in potentie aanwezig zijn, daadwerkelijk te laten uitgroeien. Zo heb ik inmiddels al heel wat bloemen geoogst: de eerste ketel met zalf staat te trekken, de tweede ben ik nu aan het vullen. Dat betekent nu al drie keer zo veel arnicazalf als vorig jaar. Vorig jaar was de zalf in drie maanden uitverkocht, dus het is nog maar de vraag of het nu genoeg zal zijn…

Eerder (30 september 2016) schreef ik over een experiment met de vermeerdering van arnicaplanten. Ik vermeerder ze door scheuren, maar wat is de beste tijd om dat te doen? Ik heb de drie bedden in de tuin op drie verschillende momenten gescheurd en geplant: in september, eind oktober en in februari. Het ziet er nu naar uit, dat februari de beste tijd was: op dat bed hebben de meeste planten het overleefd, en bovendien lijken ze meer bloemen te geven.

Delen:Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInShare on Google+Email this to someone