20 februari 2016: grondwerk

Er was deze week weinig te beleven op de tuin, tenzij je van rijp houdt. We hebben de twee koudste nachten van deze winter nu waarschijnlijk wel gehad. Daar heb ik van geprofiteerd om alvast de grond voor te bereiden, op de plaats waar straks de kruidenbedden moeten komen. Bevroren grond is steviger dan kletsnatte grond, zodat ik er met de kleine trekker op kon rijden. We gebruiken al tien jaar geen zware machines meer op de grond, om dichtdrukken van de bodem te voorkomen. Gelukkig hebben we ook een kleine tuinbouwtrekker, waarmee we het zwaarste werk op de tuin kunnen doen. Door de natte en zachte winter, zijn de onkruiden voortdurend blijven groeien. Het stuk land, waar ik straks mijn kruidenplanten wil zetten, zag overwegend groen van gras en kamille, met hier en daar een vergeten rode biet of een ondermaats preitje. Met de trekker en de frees heb ik deze begroeiing zo veel mogelijk kapot geklepeld. Hopelijk heeft vervolgens de nachtvorst het karwei afgemaakt. Op dit moment ziet de grond er mooi zwart en “schoon” (dat wil zeggen: vrij van ongewenste kruiden) uit. Of het echt zo is, weet ik pas over een paar weken.

Na een paar dagen droog en zonnig weer, was het water op het lager gelegen deel van de tuin iets gezakt. Ik kon er voorzichtig over lopen om te kijken of er nog iets groeit. Er groeit veel: ook hier veel gras en kamille, en ook enorme plakkaten vogelmuur. Dat bevriest niet gauw. Van de arnicaplantjes geen spoor. Hopelijk betekent dat, dat ze nog veilig onder de grond zitten. En nu regent het weer…

Delen:Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInShare on Google+Email this to someone