21 april 2017: nachtvorst

Het lijkt er bijna op, dat de winter terug gekomen is. Deze week was het koud, en we hebben twee serieuze nachten met vorst gehad. Jammer voor alle bloesems. De abrikozenoogst is volledig verloren gegaan, de pruimen zijn gehalveerd. Wat de schade is aan de appels en peren is nog niet goed te overzien. De bloemen zijn nog niet allemaal open, dus daar is nog hoop.
In de kruidentuin is de schade nihil; de meeste planten staan weliswaar nu met een aantal bladeren of een bladrozet boven de grond, maar deze jonge bladeren zitten zo boordevol met minerale zouten, dat ze niet kunnen bevriezen. Alleen de citroenmelisse vertoont wat zwarte blaadjes, verder niets. Ik ben dus gewoon verder gegaan met de grote voorjaarsschoonmaak.

Hele plakkaten onkruid

Glad harken

Rechte rijtjes maken

Alle onkruid is nu ondergewerkt of losgeschoffeld en de bedden zijn netjes geharkt. Vanmorgen ben ik met stokjes en touwtjes in de weer geweest om gelijke bedden en rechte rijen uit te zetten. De paadjes zijn weer herkenbaar (in elk geval voor mij!) en de bedden klaar voor nieuwe planten. Ik heb vanmiddag de citroenmelisse uitgegraven, gescheurd en op een nieuw bed uitgeplant. Ook de maartse viooltjes, die in dichte bossen stonden, heb ik gescheurd en op een nieuw bed uitgeplant. Dit bed is nu vol met maarts viooltje; dat belooft wat voor volgend voorjaar! Ik heb ook twee bedden met Sint-Janskruid volgeplant. Dit plantgoed heb ik in de loop van de week bij elkaar gesprokkeld op allerlei plaatsen, vooral in de moestuin. Waarom daar elk jaar weer zo veel Sint-Janskruid kiemt? Geen idee, maar ik maak er dankbaar gebruik van. De plantjes moeten in de moestuin toch weg, dus ik graaf ze uit, zet ze met de worteltjes in een bodem water, en neem ze met emmer en al mee naar de kruidentuin. Omdat het al lange tijd erg droog is, heb ik eerst alle plantgaten gemaakt met de spade. Die gaten heb ik met de tuinslang vol water laten lopen. Pas toen dat water lekker in de grond getrokken was, ben ik gaan planten. Daarna opnieuw royaal met de tuinslang alles natgemaakt. Nu maar hopen dat het genoeg is. Als je planten uit de grond haalt, verbreek je de microscopische verbinding tussen de haarworteltjes en de grond. De plant kan dan geen water en voedingsstoffen meer uit de grond opnemen. De grotere wortels, die nog heel zijn, kunnen wel vloeibaar water opnemen. Daarom is het zo belangrijk om planten water te geven, als je ze net verplaatst hebt. Vocht in de grond is niet genoeg; het moet vloeibaar water zijn.
Ik heb natuurlijk plantgoed overgehouden. Een paar emmers vol met citroenmelisse, zeepkruid en maarts viooltje. Morgenmiddag is er in Ruurlo, bij De Witte Hoeve, een plantenruilbeurs. Daar ga ik heen om eens te kijken of iemand mijn planten wil hebben. En eens kijken of ik er nog iets kan vinden voor de kruidentuin. Ik ben de grote engelwortel weer kwijt; die verdwijnt hier altijd na een jaar. Heel vreemd; bij sommige mensen is het net onkruid, maar hier doet ie het niet. Als ik een nieuw plantje kan krijgen, wil ik het toch weer proberen. En wie weet wat er verder nog voor moois langskomt. Vind ik geen interessante nieuwe planten, dan kan ik altijd nog proberen mensen te interesseren voor mijn cursussen.

Delen:Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInShare on Google+Email this to someone