26 juni 2015

Na de regen van afgelopen weekend is de tuin enorm opgeknapt. Ik heb op een overgebleven stukje wat pompoenplanten gezet. Na de eerste bui, die een eind maakte aan een lange periode van droogte, zag je deze planten in een dag tijd twee keer zo groot worden.

Nu is het weer droog en warm dus alles spuit de grond uit! Dat geldt natuurlijk niet alleen voor de kruiden, maar ook voor het onkruid. Dus ben ik maar eens twee dagen fors aan het schoffelen en wieden geweest. En nu ligt alles er weer keurig bij.

Schoffelen is een belangrijke handeling. Het heeft meer dan één doel. Natuurlijk is het de bedoeling om alle onkruidplanten los te snijden van hun wortels, zodat ze doodgaan. Met een lekker zonnetje is dat extra efficiënt: je hoeft maar naar een plant te wijzen met je schoffel, of hij valt al flauw. Het is vooral prettig als het lukt de onkruidplanten weg te krijgen, voordat ze zaad kunnen vormen. Maar schoffelen heeft nog een tweede doel. Met de schoffel maak je de bovenste laag van de grond mooi los en rul. Die laag droogt daardoor uit. Dat is niet erg. In feite is het zelfs gunstig: omdat het contact tussen deze bovenlaag en de ondergrond is verbroken, droogt de ondergrond juist minder snel uit. En dat willen we graag, zodat de planten zo lang mogelijk kunnen profiteren van het vocht in de bodem.

Ik ben gestopt met het plukken van vlierbloesem. Er is her en der nog wel wat vlierbloesem te vinden, maar te moeilijk bereikbaar en te weinig om nog op grote schaal siroop van te maken. Met wat er nu is, zullen we het moeten doen tot volgend jaar.

Ook de pluk van kamille is voorlopig voorbij. De kamille is bijna uitgebloeid. Ook hier geldt dat er best nog mooie, jonge bloemetjes te vinden zijn, maar er zijn nu zoveel oude, rijpe, zaadvormende bloemen, dat het plukken te ingewikkeld wordt. Ik trek de kamilleplanten uit de grond en laat ze ter plekke verder afsterven. Zo kunnen ze voedingsstoffen terug geven aan de bodem, en ter plekke hun zaden laten vallen. Met een beetje geluk komt binnenkort vanzelf een nieuwe generatie kamille te voorschijn.

Tijdens de droogte had de kamille, die daar erg gevoelig voor is, wat last van zwarte bladluis. Ik maak me daar nooit zo druk over. De natuur lost zoiets vanzelf weer op. Na verloop van tijd verschijnen er lieveheersbeestjes, die bladluis eten. In feite zitten de kamilleplanten nu zelfs helemaal vol met de larven van lieveheersbeestjes. Als ik nu de kamille uittrek, hebben die larven daar niets meer te eten. Maar geen nood: direct naast de kamille staat de goudsbloem, en ook die heeft tijdens de droogte her en dar wat zwarte luis opgelopen. De lieveheersbeestjes kunnen dus zó overstappen en verder eten bij de buren. Iedereen blij!

Ik pluk de goudsbloemen dagelijks door. Alle bloemen die helemaal open zijn, pluk ik af en neem ik mee. Die gaan in de olie. De planten vinden het erg fijn dat het geregend heeft, en groeien enorm hard. Ze stoelen daarbij uit, dat wil zeggen dat ze steeds meer vertakkingen maken en steeds breder worden. En al die nieuwe vertakkingen vormen nieuwe bloemknoppen! Ik kan er nu nog net tussendoor lopen om te plukken…

Delen:Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInShare on Google+Email this to someone