5 november 2015

Het is weer verplanttijd. Nu heb ik op dit moment niets te verplanten, maar ik maak wel van de verplanttijd gebruik om de laatste wortels uit de grond te halen.
Ik ben begonnen met de lastigste: de wortels van zeepkruid. Zeepkruid groeit boven de grond in bossen, waarvan de stengels een heel eind over de grond hangen. Het is vaak moeilijk te zien waar ze precies boven komen. Echt een geval van “volg het spoor  terug” om de wortel te vinden. De wortels zelf zijn lang en vertakt, en gaan ofwel heel diep de grond in, ofwel ze nestelen zich tussen de wortels van andere planten. Je moet dus wel goed weten hoe de wortel van zeepkruid er uit ziet, om deze te kunnen oogsten. In mijn tuin groeit de zeepkruid bovendien graag in de buurt van de beukenhaag, zodat de wortels van beuk en zeepkruid lekker in elkaar zitten. Wortels van beuken zijn hard en taai. Daar kun je geen spade in steken. Ik heb dus veel met de hand zitten graven, om de zeepkruidwortels er uit te krijgen.
Vergeleken daarmee is het oogsten van kliswortel een makkie. Grote klis doet zijn naam eer aan: de plant is groot en zit vol kleverige (want van weerhaakjes voorziene) vruchten. Die vruchten blijven aan ieder voorbijlopend dier of mens hangen, en zo verspreidt de plant zich. Dat is heel effectief: ik kom de plant op steeds meer plaatsen tegen, ook buiten de kruidentuin. Twee maanden geleden heb ik er één gespot midden in het aardbeienbed van de moestuin. Dat exemplaar heb ik nu uitgegraven; hij moest daar toch weg. Er zat een vuistdikke, lange, sappige wortel onder. Zo groot had ik ze nog niet eerder gezien.
Al deze wortels heb ik grondig schoongemaakt, eerst in een emmer regenwater buiten (dat water met het los gespoelde zand kon mooi terug naar de tuin) en later binnen met leidingwater. Daarna afdrogen in een schone theedoek, en daarna in kleine stukjes snijden op een snijplank. Ik heb weer de kenmerkende blaar op mijn rechterhand, van het hanteren van het grote groentenmes. Een typisch herfstkwaaltje bij mij…
De stukjes wortel zitten inmiddels in grote potten, overgoten met olijfolie. Dat blijft zo minstens drie weken trekken, waarbij ik de boel elke dag twee keer omroer. Tenslotte gaat dit in het voorjaar in de berkenolie, die ik dan ga maken van berkenblaadjes. Maar dat komt later….

Een andere wortel, die ik vandaag geoogst heb, is de mierikswortel. Ook deze wortels waren prachtig dik geworden. Hier is het schoonmaken het grootste probleem. Ik verwerk mierikswortel met olie en azijn tot een soort mosterd, die dus bedoeld is om te eten. Daarom moeten de wortels superschoon zijn. De hele jonge, gave wortels worden schoon door ze met een groenteborstel te schrobben. De dikkere moeten geschrapt of geschild worden. Mierikswortel is heel rijk aan zwavelverbindingen, die vrij komen zodra je er met een mes naar wijst. Daar wil je niet met je neus bovenop staan (tenzij je neus verstopt zit door een verkoudheid, dan wil je dat juist wel. Gegarandeerd dat je neus weer open gaat!) Het is een beetje te vergelijken met het effect van uien snijden, maar dan in het kwadraat. Je kunt jezelf beschermen door te werken met een skibril op, of je kunt de wortels in een teil onder water schrappen. Niet per ongeluk in je ogen wrijven! De verdere verwerking kan gelukkig in de keukenmachine, dus dat schiet een stuk beter op.

Het werk in de tuin is nu zo ongeveer gedaan. Er komt nog wat blad van de bomen om bij elkaar te harken, maar dat is het wel zo ongeveer. Als het gaat vriezen zal ik nog wat planten naar binnen moeten halen: laurier, rozemarijn, honingkruid, en een heleboel piepjonge lavendelplantjes. Maar voorlopig is het zacht weer en laat ik ze lekker buiten staan.

Delen:Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInShare on Google+Email this to someone