5 oktober 2015 – over onkruid

Ik heb van het prachtige nazomerweer geprofiteerd, om de vaste planten tuin eens helemaal schoon te maken. In de vaste planten tuin staan de planten allang niet meer keurig op rijtjes. In feite laat ik ze meestal hun eigen gang gaan. Sommige vaste planten vormen zo veel blad, dat er geen grond meer te zien is. Dat voorkomt dat er allerlei “ongewenst kruid” tussendoor komt groeien. “Onkruid” bestaat natuurlijk niet! Kruid is kruid, dat kan niet “on” zijn. Het kan wel “ongewenst” zijn. Het verschil tussen een tuin en de vrije natuur zit hem in de tuinman (en dat kan ook een vrouw zijn). In mijn tuin ben ik degene die bepaalt, welke kruiden gewenst zijn. Alle andere haal ik weg.

Dat heb ik dus de afgelopen week met de hand gedaan: gewoon elk ongewenst plantje (of plant; sommige waren al heel groot) net boven de grond beetpakken en flink trekken. Een enkele keer heb ik een spade nodig gehad om een plant met wortel en al uit de grond te krijgen, of om hinderlijke wortels die afgebroken waren, alsnog uit de grond te halen. In de loop van de jaren heb ik de “ongewenste” kruiden goed leren kennen. Ik weet van de meeste jonge kiemplantjes al direct, welke soort het is. Dat is handig, want hoe jonger ze zijn, des te gemakkelijker ze uit te trekken zijn. Ik herken natuurlijk ook de gewenste planten, die zich spontaan hebben uitgezaaid. Zo laat ik het driekleurig viooltje, dat nu weer volop bloeit, altijd staan waar het staat. Hier kan ik de natuur het beste zijn gang laten gaan. Viooltjes zijn zo klein, dat ze eigenlijk nooit in de weg staan voor andere planten. Ze staan er ook niet lang: ze groeien en bloeien een paar weken, en verdwijnen dan weer.

De enige plant die me problemen oplevert met de herkenning, is de engelwortel. Normaal een plant die zichzelf heel gemakkelijk uitzaait. Helaas lijken de kiemplantjes erg op een soort, die ik juist helemaal niet wil hebben op de tuin: het zevenblad. Als ik die zie, hoe klein ook, buk ik altijd om ze met wortel en al uit de grond te peuteren. Het is een onkruid dat enorm kan woekeren en zich met wortelstokken over een groot oppervlak kan uitbreiden. Vreemd hoe dingen kunnen lopen: zevenblad is oorspronkelijk als groente in Europa geïntroduceerd. Later is het uit tuinen ontsnapt en nu is het één van de meest gevreesde onkruiden in het land. Bijna niemand weet nog, dat je het prima kunt eten. Ik heb er wel eens een stamppot mee gemaakt; veel lekkerder dan andijvie (volgens mij…). Afgelopen voorjaar meende ik de kiemplanten van de engelwortel gevonden te hebben, en ik heb er drie uitgezocht en op een ruime plaats uitgeplant. Engelwortel is een hele grote, statige plant. Ze groeiden inderdaad mooi op, maar ze werden na verloop van tijd wel erg langgerekt. Niet de karakteristieke rozetvorm van engelwortel… Ik heb er in feite maandenlang geen aandacht aan besteed, tot ik vorige week ontdekte dat mijn drie “engelwortels” een houtachtige stengel bleken te hebben. Bij nadere inspectie bleek het helemaal geen engelwortel te zijn, maar vlierstruiken! De kiemplantjes daarvan lijken dus ook al op engelwortel! Ik heb deze jonge vlierstruiken uitgegraven en weggegooid. Dit jaar geen engelwortel dus. Volgend jaar toch maar weer zelf zaaien en niet wachten op spontane zaailingen…

Delen:Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInShare on Google+Email this to someone
One comment on “5 oktober 2015 – over onkruid
  1. Hanneke says:

    Wat geniet ik toch altijd van je blogs!