8 maart 2018: voorjaar

Nu ben ik al heel wat jaren tuinvrouw, maar ik heb nog nooit meegemaakt dat de lente zo plotseling inviel. Zaterdagmiddag werd er nog geschaatst, zondag was het opeens 12 graden! Ik rook het direct toen ik zondagmorgen buitenkwam: de geur van levende aarde of zoiets. De geur van lente. Het voelde als een bevrijding. Begrijp me niet verkeerd: ik houd van schaatsen. Alleen niet in maart…
Nu ben ik dus volle bak aan het werk in de kruidentuin. Ik had een flinke klus voor de maand februari op het programma staan, waar ik in februari niet aan toe gekomen ben omdat de grond bevroren was: het scheuren van vaste planten. Nu heb ik dat alsnog aangepakt en ik moet zeggen: het vordert gestaag. (Sprak zij met spierpijn in de armen).
In de herfst heb ik de grond in de kruidentuin zo goed mogelijk bedekt met organisch materiaal. Dat waren de resten van de eenjarige planten zoals goudsbloem, of herfstbladeren, of leven

de kale grond is gebarsten door de vorst

de planten als phacelia, die ik als groenbemester zaai op lege plekken in de tuin. Op lege plekken is de bodem blootgesteld aan de elementen en dat kan nooit goed zijn voor het bodemleven. Kijk maar hoe de grond scheurt door de inwerking van de vorst. Alleen bij zware kleigrond is dat handig, omdat de vaste klei door de vorst verkruimelt. Op de lichte zandgrond in mijn kruidentuin is dit niet wenselijk.


Die phacelia was inmiddels helemaal doodgevroren; dat is één van de voordelen van deze groenbemester (en van vorst laat in de winter). Bovendien zijn er altijd planten die ondanks kou en regen gewoon kiemen en doorgroeien: de hele tuin stond vol met kiemplantjes van kamille en ook met grote plakkaten vogelmuur. De vogelmuur had van de strenge vorst een flinke knauw gekregen en zag er verpieterd uit, maar kamille kan echt overal tegen en stond er nog fier bij. Om nu nieuwe planten te kunnen planten, moeten deze “onkruiden” het veld ruimen (letterlijk).

Ook de dode plantenresten mogen nu van de tuin af. Een laagje dood plantenmateriaal werkt als een isolatiedeken en houdt in deze tijd van het jaar de kou in de grond. Ik merkte dat duidelijk: op deze plekken kon ik de spade niet zo diep in de grond steken, omdat ik op een blok ijs stootte. Waar de grond niet bedekt is met een dekentje, is ze zwart van kleur en neemt ze de warmte van de zon goed op. Op deze plaatsen is de grond al voldoende ontdooid om te kunnen spitten. De isolatielaag mag dus nu weg. Ik kan natuurlijk alles bij elkaar harken en afvoeren naar de composthoop, maar dat is eigenlijk zonde en bovendien extra werk. Liever werk ik alles in de grond, zodat het tot voedsel wordt voor het bodemleven. Ik spit nooit echt in de traditionele zin van het woord, maar hanteer de methode van “omleggen en aanlopen”. Ik steek de begroeide laag aarde zo ondiep mogelijk af en keer ze om, zodat de planten niet langer zichtbaar zijn.
Waar de begroeiing wat groter is, moet ik flinke happen nemen; is de begroeiing heel klein, dan

voetje voor voetje aangelopen

schraap ik alleen het bovenste laagje aarde af. Zo tover ik een groen bed om tot een bed met zwarte aarde. Om er zeker van te zijn dat er geen lucht tussen de zoden blijft zitten, loop ik er vervolgens voetje voor voetje overheen. Mijn lichaamsgewicht is heel geschikt om deze lichte zandgrond aan te drukken. Als de planten niet in contact komen met de onderliggende grond, kunnen ze niet verteerd worden. Vandaar dat luchtbellen niet wenselijk zijn.


Op de bedden die mooi zwart en leeg geworden zijn, plant ik nu nieuwe planten. Ik heb de arnicaplanten gescheurd om ze te vermeerderen en er een nieuw bed mee vol geplant. Ik heb ook Sint-Janskruid, dat op de gekste plekken spontaan is opgekomen, uitgespit en netjes in rijen op een nieuw bed geplant. Ook driekleurige viooltjes hoef ik dit jaar niet te zaaien: er staan genoeg kleine plantjes, die ik zo kan oppakken en op de gewenste plek neerzetten. Wel altijd goed water geven, ook al is het koud en lijkt de grond nog zo vochtig. Als je planten uit spit, verbreek je het contact van de haarworteltjes met de bodem. Ze kunnen dan geen vocht meer tussen de zandkorrels uithalen. De grotere wortels, die je natuurlijk zo veel mogelijk intact houdt, kunnen wel vloeibaar water opnemen. Dus loop ik met de gieter heen en weer om de pas geplante rijen te begieten. Eerlijk gezegd is rechtop heen en weer lopen ook best even fijn, als je zo veel gebogen staat te werken…

er zit nog leven in!