Beestenboel, deel 2 (17 mei 2018)

Niet alleen voor konijnen is een kruidentuin een paradijsje, dat geldt ook voor allerlei insecten.
Jaren geleden dook voor het eerst een prachtig, donkerblauw metalic glanzend kevertje op in de kruizemuntplanten. Heel mooie kevertjes, maar wel erg vraatzuchtig. Ze aten de kruizemunt tot de stengel kaal. Ik heb een paar jaar lang gedacht dat ik de kruizemuntteelt verder wel op mijn buik kon schrijven, want dit kevertje liet zich niet gemakkelijk wegjagen. Nu, jaren later, zijn ze er nog steeds. Toch is de kruizemunt er ook nog steeds. Uiteindelijk is er toch een soort evenwicht ontstaan, met ruimte voor zowel de kevers, als de plant. Beide gedijen nu goed. Het kevertje blijkt trouwens elzenhaantje te heten; hij houdt van alle soorten munt en laat de citroenmelisse ook niet aan zijn neus voorbij gaan, als het toevallig zo uitkomt.

Salomonszegel

Drie jaar geleden gebeurde iets soortgelijks met de salomonszegel: ze werden tot op de stengel kaal gevreten door een miniscuul kevertje en kregen geen enkele kans om te groeien. Verplaatsen naar een nieuwe plek hielp niet. Het tweede jaar stonden er beduidend minder salomonszegels en ik begon te vrezen dat ik deze plant kwijt ging raken. Dat zou erg jammer zijn, temeer omdat het een inheemse maar zeldzame, met uitsterven bedreigde soort is. Dit voorjaar kwam de salomonszegel gewoon weer boven de grond en wat blijkt: geen kevertje meer te zien en alle planten zijn gaaf, gezond en in volle bloei!

Dus toen dit voorjaar bleek dat mijn smeerwortelplanten aangetast werden door meerdere insecten, besloot ik niet in paniek te raken. Wel heb ik de planten wat extra in de watten gelegd, in de hoop hun weerstand op te bouwen: extra kalk, extra compost en begieten met brandnetelgier. Inmiddels groeien ze goed door, ook al zitten er overal gaatjes in de bladeren. Ik ga er van uit dat dit zich ook wel weer zal oplossen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*