dieren in de kruidentuin, deel 2

De langste dag van het jaar is alweer een feit, en we hebben direct te maken met een hittegolf. Meestal wordt het rond deze tijd wat rustiger in de lucht: het broedseizoen van de meeste vogels is zo’n beetje aan het aflopen. Het is elk jaar wel een beetje een verrassing, welke vogels er nu weer op de voorgrond zullen staan. Kauwen (heel veel lawaaïge jonge kauwen) zijn er elk jaar, net als houtduiven. Dit jaar zagen we ook regelmatig een groene specht. Merels zingen nog elke ochtend en avond hun prachtige lied. Ligt het aan mij, of wordt het lied van de merel echt met de jaren steeds gevarieerder? Lijsters heb ik dit jaar niet gezien, helaas.

In de eikenboom hangt een uilennestkast, waar een aantal jaren achter elkaar steenuiltjes hebben gebroed. Vorige winter is er met de steenuilen iets mis gegaan: we vonden verschillende dode uiltjes. Sindsdien is de nestkast leeg gebleven en ik mis ook het kenmerkende geluid in de nacht. Gelukkig zijn er bij een boerderij 100 meter verderop dit jaar wel jonge steenuiltjes geboren, dus misschien volgend jaar?

De grootste verrassing op het gebied van vogeltjes was het paartje gekraagde roodstaarten, dat heeft gebroed in onze dakgoot. Een kleurrijk vogeltje, maar meestal nogal schuw.

Voor de kruidentuin hebben deze vogels niet zo veel gevolgen. Ze helpen ongetwijfeld om de insecten onder controle te houden, maar met de planten houden ze zich niet zo bezig. Hoewel: ik was best blij dat de fazantenhanen niet in de kruidentuin kunnen komen; het waren er dit jaar nogal veel.

Ook zoogdieren kun je in de tuin aantreffen, en met de meeste ben ik niet zo blij. Woelmuizen zijn een constant probleem hier: ze graven hun gangen in de toch al luchtige bodem, direct onder de oppervlakte, waardoor de wortels van sommige planten in een gang komen te hangen, in plaats van in de grond. Je ziet de plant dan boven de grond opeens verleppen. Als je er snel bij bent, kun je met je voeten de grond rond zo’n plant terug aandrukken. Eigenlijk zou ik elke ochtend een inspectie- en aanloopronde door de hele tuin moeten maken, maar dat kost te veel tijd.

Ook boven de grond loert gevaar: er is dit jaar sprake van een echte konijnenplaag. Ik heb al jonge konijnen bij de keukendeur gezien; ze rukken op alle fronten op. Konijnen hebben geen echte natuurlijke vijanden. Het enige waardoor de konijnenstand af en toe wordt ingeperkt, is een uitbraak van de konijnenziekte myxomatose. Ik heb een paar jaar geleden rond alle kruidenbedden kniehoog kippengaas geplaatst, bij wijze van konijnen-ontmoedigingsbeleid. Tot nu toe was dat afdoende, maar dit jaar zijn ze zó talrijk dat ze toch in de tuin komen. Konijnen hebben een duidelijke voorkeur voor twee kruiden: Arnica montana en weegbree. Als ik niet ingrijp, blijft er van deze planten niets over. Ik heb nu vogelnetten over de planten gelegd; het lijkt er op dat dit helpt.

Het grootste wilde dier dat in de kruidentuin thuis lijkt te zijn, is de ree. Eerdere jaren trof ik af en toe sporen van een ree aan, dit jaar is het duidelijk een vaste bewoner. Ik heb ook al hele kleine hoefafdrukken gezien, dus waarschijnlijk gaat het om een reegeit met een kalfje! Het kniehoge gaas houdt een dier met zulke hoge, ranke poten niet tegen. De gangen van de woelmuizen lijken wel lastig: je kunt zien dat de pootjes heel diep in de grond wegzakken. Reeën zijn natuurlijk, net als konijnen, planteneters. Toch valt de schade aan de kruiden erg mee. Ook reeën kennen voorkeuren: tot nu toe heb ik gezien dat ze aan de toppen van kamille en van pimpernel de voorkeur geven. Geen probleem: de rest van de plant blijft gewoon staan en groeit vrolijk verder.