een nieuwe lente, 15 maart 2020

Na een zeer natte en zachte winter, begint het nu weer een beetje lente-achtig te worden.

De langdurige droogte is pas sinds heel kort echt verleden tijd: er is de laatste maanden zo veel regen gevallen dat de grondwaterstand zelfs hier in de Achterhoek weer normaal is.

In de maanden december en januari heb ik helemaal niets in de tuin gedaan, maar in februari ging het werk al weer van start met de oogst van smeerwortel. Dit is mijn meest gevraagde kruid, en in februari is hij op zijn best. Ik ben hele middagen in de weer geweest in kou en regen om de wortels uit de grond op te graven. Na verwerking tot zalf of olie, heb ik de groeipunten van deze wortels terug geplant. Omdat de vraag naar smeerwortelproducten elk jaar groter wordt, heb ik zelfs een groot nieuw smeerwortelbed aangeplant. Daarvoor heb ik een nieuw stuk grond aan de tuin toegevoegd (voor wie het hier kent: de plek waar vroeger de bessenstruiken stonden). Ondanks de droogte bleek hier nog wel aardig wat wortelonkruid zoals kweekgras en winde, in de grond te zitten. Het zal nog wel een aantal middagjes vergen om die er allemaal uit te peuteren. Gelukkig is smeerwortel een sterke plant die veel blad maakt. Ik hoop dat de onkruiden door die grote bladeren straks voldoende onderdrukt zullen worden.

Verder bestond het winterwerk vooral uit bosonderhoud: onderhoud in het onderhout! Grenzend aan de kruidentuin ligt een boomsingel, die 25 jaar geleden is aangeplant. De bomen zijn in die 25 jaar erg hoog geworden, en nogal ijl. Ze staan dicht bij elkaar geplant, zodat ze weinig ruimte hebben om in de breedte te groeien. Met de stormen in januari zijn er een aantal omgewaaid (gelukkig zonder schade bij de buren), die in hun val weer andere bomen hebben meegenomen. Er was dus heel wat op te ruimen. Gelukkig heb ik veel van dit werk kunnen overlaten aan mijn man en zoon. Het ziet er nu weer netjes uit en we hebben een paar mooie open plekken in het “bosje”, waar ik typische bosplanten wil uitplanten: maagdenpalm bijvoorbeeld, een salomonszegel.

Het werk in het bos heeft een flinke voorraad brandhout opgeleverd, maar een nog veel grotere berg takken. Die zijn aan de randen van het bosje als takkenril opgestapeld: een mooi thuis voor egeltjes en vogeltjes. De rand van het bosje was jarenlang mijn voornaamste plaats om brandnetel te oogsten. Brandnetel groeit graag op overgangsgebieden en plekken die door de mens overhoop zijn gehaald. Aan deze bosrand zag ik de laatste jaren de brandnetel steeds minder massaal terugkomen: de grond kwam tot rust, zodat een pioniersplant als de brandnetel zich er minder thuis voelt. Dit jaar liggen er zo veel takken, dat er niet meer te plukken valt. Geen nood: op de nieuwe open plekken in het bos staat de brandnetel al mooi groen te wezen. Normaal begin ik de brandnetelpluk in april, maar dit jaar kan ik twee weken eerder aan de slag: op beschutte plekken is het al plukrijp.

Voor komende week worden er een paar dagen met mooi weer voorspeld. Fijn, dan kan ik ook aan de slag om de winterbegroeiing (veel gras dit jaar!) uit de kruidentuin weg te halen.