Hoogzomer! 8 augustus 2020

De oogst van Sint-Janskruid en goudsbloemen is binnen, en dat is maar goed ook nu de hele Achterhoek (en de rest van Europa) zucht onder een “super-hittegolf”. Vandaag en morgen worden temperaturen van 35 graden verwacht.

Een maand geleden schreef ik nog over druilerig weer en dat kan de indruk hebben gewekt, dat het toen veel geregend heeft. Dat is helaas niet zo: het waren steeds enkele millimeters. Intussen is de droogte zó immens, dat onze grondwaterpomp er niet meer in slaagt genoeg druk op te bouwen om de sproeiers te laten draaien. We kunnen alleen nog water geven door met de open slang langs de planten te lopen en zo de grond nat te maken. Als je weet hoe groot het terrein hier is, dan snap je dat dat niet echt een optie is. Ik beperk me er toe alleen de meest waardevolle planten in leven te houden.

Alles wat éénjarig is, mag verdorren. Volgend jaar komen er weer nieuwe planten. Sommige vaste planten kunnen van nature wel tegen hitte en droogte, zodat die ook zonder mijn hulp wel zullen overleven. Denk aan alle Mediterrane planten zoals lavendel, tijm, salie, wijnruit. Citroenmelisse hoort ook bij dit gezelschap, maar daar maak ik me toch een beetje zorgen over. We zullen zien. Gelukkig heb ik van citroenmelisse erg veel planten; er zal vast wel genoeg overblijven. Ook de prairieplant Echinacea zal het wel redden. In feite doet de zeldzame variant Echinacea angustifolia het de laatste jaren opvallend goed, juist in de droogte en hitte.

Er zijn ook planten die van nature in moerasachtige streken groeien, of aan de waterkant. Deze planten hebben het nu erg zwaar. Waar mogelijk heb ik zulke planten afgedekt met een stuk doek of insectengaas, om zoveel mogelijk schaduw te bieden. Schaduw is belangrijker dan water, dat heb ik de afgelopen hete zomers geleerd. Dus nu ligt de tuin vol met stukken oud laken, gewasbeschermingsdoek en oude steigerdoeken (je weet wel: van die groene netten die om bouwsteigers worden gespannen om te voorkomen dat er hamers op de hoofden van voorbijgangers vallen). Het laat wel wat licht door, en voldoende lucht, maar biedt toch schaduw. De moerasplanten adderwortel en helmkruid hoop ik zo in leven te houden. Ook alle bedden met Arnica montana (een plant die op veengrond thuishoort, dus van natte voeten houdt) heb ik zo veel mogelijk bedekt. Ik vrees met groten vreze dat hier veel planten gaan sneuvelen. De heemst, ook een moerasplant, is zo groot dat afdekken niet lukt. Gelukkig staat een deel van deze planten in de schaduw van mijn berkenboom. Ik heb ook een aantal echte bosplanten, die in de volle zon niet overleven: lievevrouwebedstro, maarts viooltje, sleutelbloem en longkruid dreigen te verdorren. Ook hier heb ik stukken doek overheen gelegd, op hoop van zegen. In de toekomst komen deze planten in de schaduw van bomen te staan, maar bomen hebben groeitijd nodig…

Verder laat ik de tuin maar zoveel mogelijk met rust. Zelf werk ik volgens de wijsheid uit zuidelijke landen: vroeg opstaan, in de middaghitte te bed en ‘s avonds nog even aan de slag.