na de ijsheiligen 2020

Nu de ijsheiligen voorbij zijn, begint het tuinseizoen pas echt. Het is altijd erg verleidelijk om al vroeger in het jaar de tuin helemaal vol te willen hebben staan, zeker als de lente zulke mooie dagen kent als dit jaar. De tuin ziet er nog zo kaal uit! Maar de ijsheiligen slaan soms onverwacht hard toe, zoals nu ook gebeurde: drie nachten achter elkaar vorst (aan de grond) heeft er aardig in gehakt.

Sommige planten zijn gevoeliger voor kou dan andere. Over het algemeen kun je er van uit gaan dat planten die van origine in Noord-Europa voorkomen, aardig tegen kou bestand zijn. Planten uit Zuid-Europa zijn er gevoeliger voor. Dat is maar een vuistregel, zo is dit jaar opnieuw gebleken. Ik heb aardig wat planten die uit het Middellandse Zee gebied stammen, maar die jaar in jaar uit de Nederlandse winters zonder problemen doorstaan. Denk aan lavendel, tijm en salie. Rozemarijn is kwetsbaarder, maar ook die staat sinds twee jaar bij mij in de volle grond, zodat ik hem niet in de winter binnen kan zetten. Hij heeft het prima doorstaan, al heb ik wel een paar keer een kartonnen doos of papieren zak over de planten gezet, als ik wist dat het ging vriezen. De planten hebben meer moeite met late nachtvorsten in het voorjaar, wanneer de sapstroom al weer op gang gekomen is en de bladeren vol vocht zitten, dan midden in de winter. Aan de rozemarijn kon ik dat goed zien: vorst in het hart van de winter deed hem niets, vorst in het voorjaar wel. Vooral kleine, jonge planten zijn gevoelig. Gelukkig hebben zowel mijn grote als de kleine struik het overleefd.

Waar het deze week, met de ijsheiligen, mis ging was de citroenmelisse; ook een Mediterrane plant. Hij was na de winter al weer flink aan het groeien geslagen met mooie, gave groene blaadjes; ik heb er zelfs al een keer van geoogst om te drogen. Ik was van plan dit weekend een tweede “pluk” binnen te halen, maar door de koude nachten zijn juist de jonge, bovenste blaadjes donker verkleurd. Nu, na een paar dagen, worden ze zelfs echt zwart. In vakjargon heet dat “lage temperatuur bederf”: de cellen zijn opengebarsten door ijsvorming, en veroorzaken voze plekken, die later zwart of bruin verkleuren doordat ze afsterven. Je kunt het ook zien bij groente en fruit uit warme streken, zoals bananen en tomaten. Voor de citroenmelisse is het niet echt een probleem, die groeit wel weer aan. Pluk ik gewoon wat later nog een keer.

Wat wel echt een onverwachte tegenvaller was, was de vorstschade aan lievevrouwebedstro. Dit is een inheemse plant die in Nederland thuishoort, en waarvan je zou verwachten dat hij (of zij?) tegen de kou kan. In feite is dat ook wel zo als de plant in zijn natuurlijke omgeving mag groeien. Lievevrouwebedstro is een bosplant, die groeit in de schaduw en altijd in de beschutting en met steun van andere planten. Ik heb er heel wat staan als een soort onderbegroeing in mijn siertuin; die doorstond de nachtvorst zonder enig probleem. Maar ik heb gemerkt dat het erg arbeidsintensief is om een klein kruidje te plukken, dat temidden van grotere planten groeit. Daarom heb ik een apart bed aangelegd waar ik het lievevrouwebedstro als enige plant probeer te laten groeien. Dat valt niet mee. De droogte van de afgelopen jaren, veel zon en een totaal gebrek aan andere planten om steun bij te vinden (omdat ik die altijd weg wied) heeft deze planten zwak gemaakt. Ze vertonen duidelijk vorstschade, terwijl ze net begonnen te bloeien!

vorstschade bij lievevrouwebedstro

Het herstel gaat een stuk langzamer dan bij de citroenmelisse. Eén ding is duidelijk: ik zal een betere plek moeten zoeken voor deze en andere bosplanten: in de volle zon doen ze het gewoon niet goed. Daar moet ik nog eens rustig over nadenken.

En echt vorstgevoelige planten blijven dus liever in een pot, zodat ze in de winter naar binnen kunnen. Nu de ijsheiligen voorbij zijn mogen ze weer buiten staan. Ook de goudsbloem (een mediterrane plant) kan nu pas met een gerust hart kiemen

kiemende goudsbloem

.