zaaien (april 2018)

Deze week heb ik de nieuwe goudsbloemen gezaaid. Drie bedden in totaal.
Eénjarige planten zoals goudsbloem hebben een kort leventje: in het voorjaar kiemen ze, ze groeien en bloeien en als ze zaad gevormd hebben, gaan ze dood. Goudsbloem is bovendien niet winterhard; hij kan niet tegen vorst. Andere éénjarig kruid zoals kamille of driekleurig viooltje zijn wel winterhard. Deze twee kruiden zaai ik nooit zelf; ze hebben in de vorige zomer zoveel zaad gevormd, dat ze vanzelf wel weer opkomen. Het enige wat ik doe, is de jonge plantjes netjes op een rij zetten, zodat ik er tussen door kan schoffelen.
Met goudsbloem zou ik dat ook kunnen doen, maar omdat er tot half mei nog kans bestaat op nachtvorst, houd ik dit liever zelf in de hand. Eén flinke nachtvorst laat in het voorjaar en al mijn zorgvuldig uitgepote goudsbloemplanten zouden zomaar dood kunnen gaan. Ik zaai ze liever laat in april, zodat de kans op vorstschade zo klein mogelijk is.


Als je planten zaait, is het van belang om duidelijk aan te geven op welke plaats je dat precies gedaan hebt. Het duurt immers altijd even (van enkele dagen tot wel vier weken, afhankelijk van de soort) voor het zaad kiemt. Je ziet in die tijd niets van de plant. Je zou gemakkelijk op het kiemende zaad kunnen gaan staan en het vertrappen, nog voordat het boven de grond is. Of het wegschoffelen…
Een goede manier om de plaats waar je gezaaid hebt te markeren, is met een touwtje. Wil je in nette rechte rijen zaaien, dan is een touw een mooie methode om de lijn te bepalen. Je spant een stuk je touw tussen twee stokjes, die je in de grond hebt gestoken. Langs dat touw trek je een geultje in de grond, hier zaai je de zaden in en vervolgens maak je het geultje weer dicht. Vuistregel is, dat het zaad bedekt moet zijn met een laagje grond dat even dik is als het zaad zelf. (Hele fijne zaden hoef je niet af te dekken met grond; je drukt ze alleen stevig aan. Om uitdroging van de grond te voorkomen kun je het dan afdekken met vliesdoek.)

Na het zaaien laat ik de stokjes en het touw gewoon op hun plek staan om de rij te markeren, totdat het zaad gekiemd is en de plantjes herkenbaar zijn. Dan haal ik het touw pas weg.