Blogopmaak

overvloedige regenval

Thea van hoof • 3 augustus 2023

Tuinieren in een ouderwetse Nederlandse zomer

Na alle droogte perikelen van de laatste jaren is het een verademing: een ouderwetse Nederlandse zomer. Koele dagen, veel regen.... De Achterhoek is in geen jaren zo mooi groen geweest.
Sommige planten houden van veel water en gedijen het best onder deze omstandigheden. Neem bijvoorbeeld de smeerwortel: een plant van slootkanten en natte weilanden. In de droge zomers die we gehad hebben, had deze plant het erg moeilijk. Nu het eindelijk weer eens echt regelmatig (veel) regent, zie ik de planten opleven: ze groeien beter, planten die verdwenen leken te zijn duiken weer op, het blad is weelderig groen en ze bloeien mooi. Onder al dat blad zal deze plant een dikke, lange en stevige wortel vol heilzame stoffen kunnen maken. En dat is mooi, want de vraag naar smeerwortelzalf is enorm toegenomen en ik zal komende winter nog veel meer zalf moeten maken dan vorige winter.

Natuurlijk zijn er ook planten die wat minder enthousiast reageren op dit weer; dat zijn dan in de meeste gevallen uitheemse planten, die afkomstig zijn uit drogere en warmere streken. Lavendel, tijm en salie redden zich wel, maar de Echinacea heeft het moeilijk. Van huis uit een bijna-woestijnplant, is al die regen hier niet zo welkom. Misschien moet ik ze volgend jaar eens in de kas planten; kijken hoe ze dat bevalt.


De echte uitdaging in het tuinieren met zo veel regen, is de onkruidbeheersing.
Onkruid bestaat niet, hoor ik wel eens. Inderdaad zijn veel kruiden die ik in mijn producten gebruik, ook in het wild te vinden en worden ze door veel tuinlieden als ongewenst beschouwd. Denk aan brandnetel, duizendblad en weegbree. Toch bestaan er ook in mijn ogen wel degelijk "ongewenste" kruiden.
Hoe veel last je hebt van onkruid hangt van een aantal factoren af: het weer, jouw eigen kijk op kruiden en de bodem waarop je tuiniert.
Een paar jaar geleden was ik op bezoek bij een collega kruidenteler in Zeeland, die zijn planten op zware zeeklei heeft staan. Een grondsoort die lastig te bewerken is, maar wel heel vruchtbaar: de smeerwortel bijvoorbeeld wordt daar twee keer zo groot als hier. Maar het meest opvallend was wel de afwezigheid van onkruid. Het enige probleem voor hem waren de wortelonkruiden: heb je eenmaal distel (om maar een voorbeeld te noemen) in de zware klei zitten, dan krijg je die er niet meer uit. Het toeval wilde dat er op zijn perceel geen distels voorkwamen, dus was onkruidbeheersing helemaal geen punt voor hem.
Zelf tuinier ik op venige zandgrond; schraal en zuur. Het is niet voor niets dat deze grond pas aan het begin van de twintigste eeuw voor het eerst ontgonnen werd. Daarvóór wat het hier venig moerasland. Men is hier pas op gaan wonen en gewassen gaan verbouwen, toen alle betere gronden in het land al bezet waren. Het grote probleem van zandgronden zijn de zaadonkruiden: planten die uit zaad ontkiemen blijven de hele zomer door (en in zachte winters ook de hele winter door) steeds opnieuw opkomen. Gras is een hele lastige; niet voor niets in Nederland een zuivelland geworden: bij nattige omstandigheden groeit het gras altijd harder dan andere planten. (En wie slaagt er in van al dat oneetbare gras iets hoogwaardigs en voedzaams te maken? De koe.)
Mijn kruidentuin dreigt nu ook langzaam maar zeker door gras overgenomen te worden. Als het een paar dagen achter elkaar niet regent, kan ik schoffelen en dan houd ik het gras wel onder controle. Zeker als de zon schijnt is schoffelen in lichte zandgrond erg effectief. Maar een paar dagen geen regen, is nu al een paar weken niet meer voorgekomen...
Een ander probleemonkruid, dat vooral hier in de Achterhoek berucht is, is het knopkruid: een uitheemse plant die binnen een paar dagen van kiemplantje kan uitgroeien tot volwassen plant die op zijn beurt weer zaad vormt. Schoffelen heeft nauwelijks zin onder natte omstandigheden, want er hoeft meer 1 draadje van het wortelgestel te blijven zitten, en de plant groeit vrolijk verder, zoals je kunt zien op de foto hierboven. het enige wat helpt, is de plant met wortel en al uittrekken en afvoeren. Maar:.... de kleverige, veenhoudende grond gaat als een bal om het wortelgestel heen zitten en laat zich er niet uit kloppen. Uiteindelijk zit er niets anders op dan al dat onkruid met wortelkluit en al ter plaatse, zo dicht mogelijk bij het bed waar ze uitgetrokken zijn, op een hoop te zetten en dan maar te hopen dat het compost wordt. Deze week heb ik zo'n hoop opgezet en ik heb er nog wat kippenmest doorheen gemengd. Hopelijk kan ik dit materiaal over een paar maanden weer aan de grond terug geven.

door Thea van hoof 17 maart 2025
Er zijn meerdere manieren om van een stuk grond, dat met gras of "on"kruiden begroeid is, een schoon nieuw plant- of zaaibed te maken. Wat ik als meisje van mijn vader leerde was een intensieve, maar ook heel effectieve methode: mest er over uitspreiden en dan twee spaden diep omspitten. Wat je krijgt is schone, onbegroeide grond waar bovendien niet al te veel onkruidzaden inzitten. Je hebt immers de nieuwe bovenlaag flink diep weggehaald. Tijdens dit spitten kon je dan ook nog alle wortelonkruiden zoals kweekgras er uit vissen. Tegenwoordig weten we dat dit diepe spitten ook nadelen heeft: het is een enorme verstoring van het bodemleven. Je zet het letterlijk op z'n kop en verbreekt vele verbindingen die in de bodem bestaan, van schimmels en fijne wortelstelsels. Bovendien stop je de mest zo diep weg, dat het een hele tijd duurt voor je nieuwe planten er iets aan hebben. Diep spitten of ploegen is tegenwoordig "not done". Toch moet er iets gebeuren, zeker als je een dichte grasmat hebt. Helemaal bedekken met karton is de laatste jaren een populaire methode. Als je de begroeiing onder het karton stopt en dan bovenop het karton een laagje grond aanbrengt, vergaat het gras door gebrek aan licht. Het wordt dan door het bodemleven omgezet in humus. Het karton vergaat ook en de wortels van je nieuwe planten groeien er gemakkelijk doorheen. Als je voor de bovenlaag bovendien steriele potgrond of compost gebruikt, heb je de eerste tijd geen last van onkruid. Een mooie methode die prima werkt voor een kleine stadstuin of een moestuinbak; als je dit wilt toepassen op de schaal waarop ik werk, moet je hele vrachtwagens grond van elders aanvoeren. En dat niet 1 keer, maar elk jaar opnieuw, als je steeds met schone, onkruidvrije grond wilt werken. Dat is geen doen, kost te veel brandstof en het zou de tuin ook in korte tijd flink ophogen. Karton aanbrengen zonder de laag grond eroverheen, kan ook. Ik heb het geprobeerd op plekken waar ik al flinke planten klaar had staan om er in te zetten. Gat snijden in het karton en de plant poten in de grond die daar onder zit, water gieten, klaar. Helaas is karton niet erg bestand tegen wind en regen, dus het onkruid-onderdrukkende effect is van korte duur. Ik vond na elke windvlaag stukken karton op de gekste plekken terug. De methode die ik bij voorkeur hanteer, is afhankelijk van het weer: ik gebruik een kleine frees, in mijn geval getrokken door een kleine tuinbouwtrekker, om de begroeiing kapot te klepelen. Ik frees daarbij zo oppervlakkig mogelijk. De planten worden door de draaiende tanden losgeklepeld van hun wortels en gaan dood. In elk geval bij droog en zonnig weer. Bij nat weer met veel regen is deze methode eigenlijk niet bruikbaar, omdat de planten gewoon opnieuw wortelen. Maar gelukkig was het de laatste week precies het goede weer: droog, zonnig, met een flinke wind en vorst in de nacht. Dat overleven de graszoden niet. Ook kweekwortels die aan de oppervlakte komen, gaan op deze manier dood. Droogte is zo ongeveer het enige waar kweekgras niet tegen kan. Na een paar dagen uitdrogen kan ik dan nog een keer dieper frezen en voila: een mooi nieuw zaaibed, kaar voor gebruik.
door Thea van hoof 29 december 2024
het wilgenbosje
door Thea van hoof 5 augustus 2024
In de zomer wordt de kruidentuin beheerst door één plant, de goudsbloem. Fel oranje bloemen in lange rijen, afgewisseld met wat geel van het SintJanskruid of wijnruit, en veel groen van allerlei andere kruiden. Maar het oranje overheerst. De oogst is min of meer “binnen” maar de planten zullen nog een hele tijd bloeien. Je hoeft goudsbloem niet te gebruiken om er gezonder van te worden: alleen al het kijken naar die kleur maakt je vrolijk en dat is goed voor je! Ik gebruik goudsbloemen in diverse producten: goudsbloemzalf natuurlijk, goudsbloem huidolie maar het zit ook in littekenzalf en berken huidolie. Ik ken weinig planten die zo goed zijn voor de huid als deze! Wat er ook met de huid aan de hand is: goudsbloem is altijd goed. Geneeskrachtige planten bevatten werkzame inhoudsstoffen en sommige van die inhoudsstoffen zijn kleurstoffen: anthocyanen (blauw), flavonoïden(geel), xanthonen (ook geel). Ook in de goudsbloem is een deel van de helende werking op de huid, terug te voeren op de kleurstoffen in de plant. Daarom wil ik mijn goudsbloemen oogsten als ze zo oranje mogelijk zijn. Daarvoor kun je het beste de bloemen jong plukken: als de eerste bloemen open gaan is de kleur het meest intens. Wordt de plant wat ouder, dan wordt het oranje wat bleker. Vandaar dat ik zo jong mogelijk pluk. Als ik eenmaal genoeg geplukt heb, laat ik de planten verder hun gang gaan. Ze zullen blijven bloeien tot het gaat vriezen in het najaar, dus daar kan ik nog maanden van genieten. Goudsbloem is niet inheems in Nederland. De oorsprong ligt meer zuidelijk, in een milder klimaat zonder winterse vorstperiode. In dat klimaat kan goudsbloem het jaar rond bloeien (mogelijk is de naam Calendula afgeleid van kalender?) maar in Nederland is het een éénjarige, die in de winter verdwijnt. Op beschutte plekken in de bebouwde kom zie je ze wel eens overwinteren, maar hier in het open veld is dat nog nooit gebeurd. Geen nood: al die bloemen vormen heel veel zaden, die na de winter vanzelf kiemen. Meestal is het niet nodig om goudsbloem te zaaien in het voorjaar: dat heeft de plant zelf al gedaan. Maar ja, ik ben een tuinvrouw en ik wil graag zelf bepalen welke plant wáár komt te staan. Ik moet er ook langs kunnen lopen om te plukken, dus een paadje naast de goudsbloemen is belangrijk. Uiteindelijk zaai ik dus toch zelf, netjes in rijen. Of ik spit de spontaan opgekomen plantjes uit en plant ze in een rij terug op de plek waar ik ze hebben wil. Dit jaar liep het wat anders: door de nattigheid zijn er (nog steeds!) erg veel slakken die graag eten van pas ontkiemde goudsbloemplantjes. Ik heb tot drie keer toe opnieuw moeten zaaien. Pas toen het een paar dagen achter elkaar niet regende zodat het voor de slakken wat moeilijker wordt om overal naar toe te kruipen, kregen de goudsbloemplantjes de kans om dóór te groeien. En werd de tuin alsnog een feest van kleur.
door Thea van hoof 6 juni 2024
tuinieren na de zondvloed
door Thea van hoof 15 maart 2024
dilemma
door Thea van hoof 29 december 2023
midwinter 2023
door Thea van hoof 3 november 2023
Herfst in de kruidentuin
door Thea van hoof 13 juni 2023
enkele principes uit de permacultuur in de kruidentuin
door Thea van hoof 27 maart 2023
Betula alba
door Thea van hoof 3 januari 2023
midwinter
Meer posts
Share by: